Als kind kon ik zo diep in boeken verdwijnen dat ik soms al lezend naar school liep. Eén keer ben ik tegen een lantaarnpaal aangebotst, maar over het algemeen ging het prima.
Als ik die anekdote aan mensen vertel, moeten ze vaak lachen om dat beeld van lezend lopen. Ik doe het nu ook niet meer (al lees ik wel graag in wachtkamers en bij de bushalte), maar realiseerde me laatst dat je tegenwoordig toch heel vaak mensen met hun neus in iets ziet lopen. Alleen geen boek, maar die altijd trekkende telefoon.
Voor wie graag uit z’n telefoon wil en weer ín een verhaal wil verdwijnen; ik heb het blog over een stressvrije telefoon vanochtend herschreven en aangevuld met drie extra tips.
Want van tijdlijnen scrollen en apps stuiteren, worden de meeste mensen onrustig en apathisch tegelijk. Terwijl het lezen van boeken voor rust en concentratie zorgt, je inlevingsvermogen schijnt te vergroten én je er een betere schrijver van wordt.
“If you want to be a writer, you must do two things above all others: read a lot and write a lot. There’s no way around these two things that I’m aware of, no shortcut.” ~ Stephen King
De 6 boeken die ik als laatste uitlas
Ik begin met het boek Rouwdouwers van Falun Ellie Koos. Dit boek “las” ik als luisterboek via de bieb, iets dat ik vroeger nooit deed, maar nu soms fijn vindt om te combineren met breien op de bank, of met in de tuin op een ligstoel liggen met m’n ogen dicht.
De omschrijving op de site van uitgever Atlas Contact is precies zoals ik het heb ervaren, dus ik kopieer ‘m en hoop dat je dan ook verliefd wordt. Ada is zo’n hoofdpersoon die een beetje in me is gaan wonen en die ik nu af en toe mis.
“Ada is samen met haar broer Broos opgegroeid in de stacaravan van hun vader, een verbitterde hovenier die recht wilde schoppen wat door moedervingers krom was geaaid. Hij prentte zijn kinderen in dat de wereld keihard is, en dat ze zich er tegen moeten wapenen. Dit staat diep in Ada’s ruggengraat gekerfd, al heeft ze geen contact meer met haar vader en broer. Nu ze haar leven als gedesillusioneerd kunststudent de rug toe heeft gekeerd en naar Galicia is vertrokken om hout te hakken met een man waar ze geen taal mee deelt, dringt haar broer zich met elke bijlslag sterker aan haar op: hij is de enige wiens lichaam dezelfde herinneringen draagt, zijn spieren hebben dezelfde reflexen. Toch kennen ze elkaar niet meer. Rouwdouwers gaat over zinken of zwemmen, buigen of barsten. Falun Ellie Koos smijt alle pijn en ellende eerst met precisie tegen de muur, om er vervolgens vol liefde en mededogen naar te kijken.”
“Wat mis ik het soms om klein te zijn en door een standvastige volwassene meegetrokken te worden. Zonder dat het je wat aangaat waar naartoe. Je gewoon een lamme arm laten trekken. Het bestaat niet meer.” ~ Rouwdouwers
“Soms werd de zoete, zachte smaak scherp afgesneden door een
bitter vuurtje dat een gat in mijn tong brandde. Dan was er een draadje van pa’s sjek tussen de hagelslag beland. Opruimen, dat gebeurde alleen als het niet anders meer kon, en pa draaide zijn sjekkies boven dezelfde borden als waar wij van aten. Even was ik daarna op mijn hoede, bij iedere vinger bang voor de rotte draadjes. Tot ik het weer vergat en het gemene bijten me overviel. Wanneer het jou overkwam begon je te janken met je tong als een slak uit je mond, bezaaid met slijmerige stukjes chocolade.” ~ Rouwdouwers
Ik las Nachtschade van Emma Laura Schouten naast een stromend riviertje in de Ardennen, en vond het zo prachtig dat ik regelmatig zinnen overschreef in een schriftje omdat ik het niet over m’n hart verkreeg om dat niet te doen.
Het is een boek over migraine, maar ook breder over het niemandsland tussen ziek en gezond. Ik vond de combinatie van superconcrete beelden (zoals de worsten die in de keuken van huisgenoten hangen te drogen en stapels papier die rondom een bed verzameld worden), met de poëtische associaties en de link en verwantschap met vrouwelijke denkers en schrijvers ongelooflijk prachtig. Zo prachtig dat ik er zo’n lange zin voor nodig had, ik hoop dat je er doorheen kwam.
“Een stille drift trok mijn schouders op, verstrakte mijn kaken, en zonder om te kijken liep ik in de richting van het dichtstbijzijnde metrostation. Terwijl de roltrap me liet afdalen naar het ondergrondse gangenstelsel van de stad proefde ik gal. De metro was een beest dat zich krijsend door de donkere gangen perste, schuddend en sidderend van woede of genot, en ik zat in zijn stalen buik, krampachtig voorovergebogen met mijn hoofd tussen mijn knieën, waar onhoorbare tranen doordrongen in de stof van mijn broek. Van het metrostation naar het appartement liep ik traag en gebogen als een oude vrouw. Elke stap echode naar me terug: straf. Straf. Straf. Voordeur, kamerdeur, bed. Liggend en met gesloten ogen dreef ik weg in de tussentijd van een platgelegd lichaam.” ~ Nachtschade
Ik las Een haas in huis dankzij de recensie die Mariken Heitman in de Volkskrant schreef. Hazen zijn samen met aardhommels, walvishaaien, slobeenden, smienten en stiekem nog veel meer vogels, m’n lievelingsdieren, dus ik had ook niet veel aanmoediging nodig om een boek te lezen waarin je leest hoe Chloe Dalton een verlaten, pasgeboren haasje vindt en (met gemengde gevoelens en gedachten) in huis neemt om te verzorgen.
“‘Zijn mondopening was een roetkleurig streepje onder aan zijn ronde kop en met afhangende hoeken, alsof hij nu al enigszins teleurgesteld was in het leven. Zijn ebbenzwarte ogen hadden een vaag melkachtige, paarse weerschijn, zoals die van veel pasgeboren dieren. Zijn snorharen waren kort en stijf, zijn achterpoten maakten een scherpe hoek en waren bijna half zo lang als het dier zelf.’” ~ Een haas in huis
Het prachtige boek Als de dieren, van Lieselot Mariën, gaat over de diepe duisternis van een postnatale depressie. Dat is een zwaar onderwerp, maar het is zo mooi en poëtisch beschreven dat dit boek hoog op mijn favoriete-boeken-aller-tijden-lijstje staat.
“In het twijfeldonker van onze kamer werd ik belaagd door gedachten zwart als kraaien, die hun rollende keelklanken in mijn schedel krasten en zwermend hun vleugels om mijn oren wiekten. Ze vlogen zo rakelings langs me heen dat ik de wind door hun veren hoorde suizen, als een scheur in het weefsel van de werkelijkheid.”
“Ook in mij zitten dingen waar ik geen woorden voor heb. Ze huizen in mij als oude mensen die zich schuchter wegtrekken achter de vitrages van hun stille gevel. Soms staan ze minutenlang stil, proberen ze te bedenken waar ze heen wilden, verschuiven ze ten slotte een stoel of strijken ze een krant glad. Net zo lig ik onder jou, mijn slapend kind, en kan ik me niet herinneren waar ik naar onderweg was.” ~ Als de dieren
Een stuk lichter en luchter is het boek Een vrouw in de Poolnacht, een boek dat ik op Mastodon al aan allerlei mensen aanraadde terwijl ik het las en waar ik hoorde dat die mensen het ook allemaal prachtig vonden en zelfs cadeau gaven. Dus als je één tip van dit lijstje wilt nemen, is deze titel waarschijnlijk de veiligste (al is het misschien ook wat vreemd om in de zomer over intense kou te lezen).
Dit boek van Christiane Ritter gaat over haar verblijf in het allerhoogste noorden. Het verhaal is meer dan 80 jaar geleden geschreven en dat maakt het extra bijzonder, ook omdat wat er beschreven wordt zo tijdloos is. Het is een verhaal over kou, sneeuw en ijs, over licht en geluid, over ontberingen, leegte en eenvoud, over vriendschap, humor en het wonder van de Poolnacht. Het is ook een boek over teruggeworpen zijn op jezelf en deed me daarmee ook een beetje denken aan De Wand van Marlen Haushofer, waarmee ik stiekem terloops nog een boekentip geef.
Autobiografie van mijn lichaam van Lize Spit is weer van een heel ander genre, maar staat ook hoog op m’n lijst van favoriete boeken (al is Tzum juist nogal kritisch over dit boek). De stijl is een soort literaire non-fictie en het verhaal gaat over alles vanaf het moment dat Lize Spit hoort dat haar moeder slokdarmkanker heeft. Het is net als Rouwdouwers een rouw boek en kennelijk houd ik daar tegenwoordig van, want ik vind het fijn om iets te lezen dat schuurt maar toch prachtig is opgeschreven.
Uitgever Das Mag omschrijft het zo: “Dit boek is een radicaal eerlijk en aangrijpend onderzoek van een dochter die niet alleen de moeizame relatie met haar moeder probeert te begrijpen, maar ook de verstoorde relatie tot haar eigen lichaam.”
“Altijd als mijn ouders uitreiken: iets in mij wat naar binnen klapt, zoals een boksbal op de kermis uit de automaat tevoorschijn komt nadat er een munt wordt ingebracht, klaar om geramd te worden.” ~ Autobiografie van mijn lichaam
De 4 boeken waar ik nu in lees
Op de keukentafel ligt al een half jaar (nee, niet te verstoffen!) Even zweven de levende wezens, een poëziebundel van Pim te Bokkel. Ik lees soms vier of vijf gedichten achter elkaar, en soms eentje per dag. Ik lees en herlees de gedichten over de natuur (vogels!), het landschap, de tijd en het leven. Op de site van de uitgeverij staat dat het een bundel is voor “natuurliefhebbers, dromers, lopers, zwemmers, forensen, zinzoekers, ouders, grootouders, smartphonestaarders, kinderen, stedelingen, dichters, dorpsbewoners, levensgenieters, nabestaanden, strandwandelaars, lezers, buitenlui, vakantiegangers, vaders, liefhebbers – iedereen die soms het gevoel heeft dat we gedachteloos snel aan de dingen voorbijgaan”, en dat klopt wel denk ik.
“Je wereld is
wat uit het duister in je koplampen verschijnt
en onbestaanbaar haast
verdwijnt
Zo zweeft de lichtbel van je geest
geconcentreerd
langs hectometerpaaltjes”
(de eerste twee strofen van het gedicht “Als lichtbel in de nacht verdwijnen”
Het tweede boek dat ik nu aan het lezen ben is Oroppa van Safae el Khannoussi. Ik kreeg het van een goede vriendin die er lyrisch over was en ik ben nu op een derde maar weet het nog niet. Het is een complex boek en je wordt als lezer “hopsa” een vreemde wereld ingegooid. Meerdere werelden zelfs waarvan ik nog niet goed weet wat ze met elkaar te maken hebben. Toch lees ik nog even door. Wie weet. Boeken zijn niet om mee te worstelen, maar tegelijk ben ik blij dat ik via bijvoorbeeld Mijlpalen der Literatuur in Groningen boeken heb gelezen die ik anders niet gelezen zou hebben. Die openen weer nieuwe luikjes.
Een vlam Tasmaanse tijgers gaat vast uitgelezen worden, want het onderwerp en de stijl passen me goed. In dit boek gaat Charlotte van den Broek op zoek naar de gang van de uitgestorven Tasmaanse buidelwolf. Ondertussen reflecteert ze over verlies, hoop in tijden van klimaatcrisis en over de verwoestende en herstellende vermogens van verhalen (boeiend ook dat laatste!). Vraag me over een tijdje vooral wat ik ervan vond, ik ben ongeveer op een derde.
Dagen als vreemde symptomen las ik al twee jaar geleden al met plezier en ontroering toen het boek uitkwam en vorige week pakte ik het opnieuw uit de kast. Zowel omdat het boek zo gelaagd is, dat ik benieuwd ben hoe ik het een tweede keer lees, maar ook omdat ik gewoon graag weer iets wilde lezen van Leonieke Baerwaldt die de afgelopen twee jaar mijn afstudeerbegeleider was en samen met de hierboven ook al genoemde Emma Laura Schouten en Pim te Bokkel de eindexamencommissie was van mijn afstudeermanuscript. (wat een luxe als je je eigen eindexamencommissie mag kiezen en dat zulke goede schrijvers dan ook nog met zoveel aandacht naar je werk willen kijken).
In Dagen als vreemde symptomen doolt Sisyphus door de hel met een lege rolstoel en weet niet precies wat ze daar te zoeken heeft, behalve dat ze haar dochter, die meervoudig beperkt is, moet ophalen uit het dagcentrum. Een missie die telkens mislukt, waarna ze teleurgesteld terugkeert naar de aftandse benedenwoning van een zonderling appartementencomplex. Wanneer haar hospita schijnbaar uit het niets een praatje met haar aanknoopt, begint ze zich plotseling dingen te herinneren.
Dat was het!
Veel leesplezier en laat het hieronder weten als je nog mooie tips hebt voor mij en anderen! O, en mocht je Momo en de tijdspaarders nog niet gelezen hebben, hier kun je horen waarom dat al sinds m’n zestiende een van m’n favoriete boeken is.


Waar haal je de tijd vandaan om zoveel te lezen ? Mij lukt het voor geen meter.
Behalve dit stuk van jou ook al trekt niet elk aanbevolen boek mij aan.
Ik heb gemerkt dat het voor mij goed werkt om in elk geval vaste momenten te hebben om te lezen. Zo lees ik elke avond voor het slapen gaan een half uur ofzo. En ik heb altijd een boek bij me als ik ergens heen ga waar ik waarschijnlijk moet wachten (de tandarts, de dokter, een koffie-afspraak in de stad waar ik gegarandeerd te vroeg voor ben, dat soort momenten). En als ik dan eenmaal in het boek zit, dan wordt het vanzelf een beetje een verslaving.
En logisch dat niet elk boek je aanspreekt, lezen is zo persoonlijk en er is zo’n verscheidenheid aan boeken! Als ik zou moeten gokken, gok ik dat jij “Een haas in huis” en de poëzie van Pim en misschien Nachtschade, mooi gaat vinden. Maar anders lees je gewoon Heinrich Böll weer eens opnieuw!
Hey Sandra,
Leuk om weer een blog van jou te lezen!
Een aantal van je lijstje heb ik gelezen en of liggen klaar.
Dagen als vreemde symptomen en Even zweven de levende wezens, ga ik lenen. Mooie titels.
Twee aanraders die ik zelf recent heb gelezen: Het gore lef, van Sarah Arnolds en Mam, ik ben geen crisis van Ismaïl Mamo.
Ik zal m’n leeservaring op Mastodon zetten 🙂
En altijd: voor wie het nog niet las: Girl, Woman, Other van Bernadine Evaristo. Prachtig geschreven, inmiddels in de ban in de US 😱 en dus relevanter dan ooit.